In deze bloemlezing zijn gedichten samengebracht van zestien Poolse dichters. In de voor Polen weinig barmhartige twintigste eeuw beleefde de Poolse dichtkunst een tijd van grote bloei en intensiteit.Twee Poolse dichters ontvingen de Nobelprijs voor literatuur: Czeslaw Milosz en Wislawa Szymborska. Maar naast hen schreven ook dichters als Zbigniew Herbert, Tadeusz Rózewicz, Ewa Lipska en Adam Zagajewski de Poolse dichtkunst naar een hoog niveau. Het laatste decennium getuigt een jonge generatie dichters op geheel eigen wijze van het belang van de poëzie voor het Poolse historische en culturele bewustzijn. Vertaler Karol Lesman maakte een keuze en schreef van iedere dichter een korte biografische schets.
1969
Gombrowicz ging dood; de Amerikanen liepen op de maan,
Adam Zagajewski
Uit: Heb medelijden, tijd. Poolse poëzie van de twintigste eeuw.
|
omslag: Bureau Piet Gerards |
Het oeuvre van Von Eichendorff (1788-1857), met zijn poëzie vol heimwee,
vergankelijkheid, natuur, nacht en droom, behoort tot de hoogtepunten van de Duitse
romantiek. Eichendorff beweegt zich in zijn lyriek klassiek en virtuoos tussen volkse
eenvoud en intellectuele strijdvaardigheid. Hoewel zijn 'Im Abendrot' de basis vormde
voor Strauss' Vier letzte Lieder en Schumann zijn Liederkreis op. 12 op gedichten van
Von Eichendorff baseerde, is zijn dichtwerk in Nederland slechts aan weinigen bekend.
Willem Veldhuizen maakte een keuze uit deze weemoedige en filosofische poëzie en schreef
een uitvoerig nawoord voor deze tweetalige bundel.
'Plantage maakt al jaren prachtige uitgaven van vertaalde, ten onrechte onbekende literatuur. Von Eichendorff is ook zo'n dichter.' Hanz Mirck in Boekblad Nieuws 'Veldhuizen is erin geslaagd zowel de klankrijkdom van de Duitse tekst als de bewogen eenvoud in zijn vertaling te behouden. […] Met nauwkeurigheid en enthousiasme heeft hij zich op het werk van Von Eichendorff gestort en alleen al hierom verdient zijn bloemlezing een warme aanbeveling.' Rob Molin in De Limburger |
omslag: Bureau Piet Gerards
|
'De subtielste analyticus van menselijke betrekkingen' - zo is Anton Tsjechov treffend
gekarakteriseerd. De kersentuin, Tsjechovs laatste toneelstuk, waarin hij ontrafelt
hoe
zijn personages omgaan met het verlies van een dierbaar familielandgoed, werd door de
schrijver voltooid in 1904, het jaar van zijn dood. Nu, honderd jaar later, is Tsjechov
niet weg te denken van het Nederlandse toneel en blijken zijn scheppingen voor het theater
springlevend. In het seizoen 2003-04 staan onder meer Een meeuw door De Theatercompagnie
(regie Theu Boermans), Drie zusters door Toneelgroep Amsterdam (regie Ivo van Hove) en
een solovoorstelling 'De vrouwen van Tsjechov' door Josée Ruiter geprogrammeerd.
In 2003 zal bij Plantage eveneens een nieuwe druk verschijnen van het befaamde en - ook in
Nederland - talloze malen opgevoerde toneelstuk van Nikolaj Gogol, De revisor. Voor de
vertaling tekende Karel van het Reve met zijn Leidse vertaalgroep. Gogols blijspel uit 1836,
een hoogtepunt uit de klassieke Russische literatuur handelt over een provinciestad die in
de ban raakt van het bezoek van een vermeende hoge ambtenaar op inspectie. Rond dit gegeven
bouwt Gogol zijn wonderbaarlijke, door de meest schitterende schurken, oplichters en
domkoppen bevolkte wereld, een wereld ontsproten aan Gogols grillige fantasie. In het
seizoen 2003-04 zal De Paardenkathedraal in regie van Dirk Tanghe De revisor spelen.
|
omslag: Bureau Piet Gerards
|
Toyotomi Hideyoshi (1537-1598) is een van de markantste figuren uit de Japanse geschiedenis.
Hij wist vanuit de laagste rangen op te klimmen tot absoluut heerser en door middel van
bloedige oorlogen het hele land aan zijn macht en het nominale gezag van de keizer te
onderwerpen. Hij bracht fundamentele veranderingen in de Japanse samenleving tot stand.
Zijn hervormingen lagen ten grondslag aan het rigide standensysteem dat Japan van 1600
tot 1868 zou kenmerken. Maar Hideyoshi was meer dan een veldheer op zoek naar de
overwinning. Hij liet de stad bouwen die later tot de metropool Osaka zou uitgroeien en
hij bevorderde de kunsten en in het bijzonder het no-theater.
In deze bundel belichten vijf oriëntalisten diverse aspecten van Hideyoshi. In de eerste
bijdrage van deze bundel, van Jeroen Lamers, worden leven en werken van Hideyoshi
uitgediept. Hideyoshi als bouwer van het kasteel in Osaka komt aan de orde in de tweede
bijdrage, door J.S.A. Elisonas. Als bevorderaar van de traditionele cultuur en zelfs
als toneelspeler figureert hij in de bijdrage van Erika de Poorter. Het latere beeld
van Hideyoshi in Japan en Korea wordt in de bijdragen van W.J. Boot en Boudewijn
Walraven behandeld. In het premoderne Japan is hij na zijn dood vergoddelijkt en
hebben geschiedschrijvers uiteenlopende oordelen over hem geveld. In de Koreaanse
geschiedschrijving en letterkunde komt hij tot in onze tijd naar voren als de
verpersoonlijking van het wrede Japan. Hoe het ook zij, Hideyoshi heeft latere
generaties steeds weer beziggehouden. |
omslag: Bureau Piet Gerards
|
Leo Herberghs (1924) dicht in vele genres: van aforistische terzines tot episch-lyrische verzen. In 1998 verscheen bij Plantage een keuze uit zijn werk onder de titel Portret van een landschap. Gedichten 1953-1997. De landschapsdichter wordt hij ook wel genoemd, maar zijn poëzie omvat meer. In de vier cycli van de in 2002 verschenen bundel Weggang schrijft Herberghs over het weggaan, het grote verdwijnen. De menselijke vergankelijkheid wordt hier tegenover de onvergankelijkheid van de materie gesteld en de eeuwige woeste natuur wordt verheerlijkt in gedichten waaruit een rustige doodsaanvaarding spreekt. Elk van de vier afdelingen in Weggang begint en eindigt met de dood die de dichter 'niet ongaarne' is. De bundel leest als een wandeling naar het einde, naar het raadselachtige niets.
|
het weten gestorven
het niet-weten ontgonnen
het onmogelijk |
omslag: Bureau Piet Gerards
|
'De kracht van deze bundel zit in de stille uitbundigheid waarmee de dood aanvaard wordt en in het bezinnend kijken naar het leven dat krachtiger is dan het menselijke leven.' Carl de Strycker in Leesidee
Weggang heeft een nog grotere indruk op mij gemaakt dan Herberghs' voorafgaande bundels, omdat de dichter de leegte tastbaarder heeft verwoord. Rob Molin in Limburgs Dagblad
|
Herfstelegie
Traag komt ook deze herfstdag weer ten einde, Alexander Blok |
omslag: Bureau Piet Gerards
|
In deze tweetalige bundel is een veertigtal gedichten bijeengebracht van vier Russische dichters. Innokenti Annenski (1856-1909) is de schrijver van een klein dichtoeuvre, ingehouden van toon, waarin stemmingen, indrukken en gevoelens centraal staan. In een tijd waarin het symbolisme bloeide, werd de waarde van zijn associatieve, lyrische poëzie nog maar door weinigen herkend. Alexander Blok (1880-1921), voor zijn breuk met de symbolisten een eminent vertegenwoordiger van deze school, zag de vernieuwende kracht van het werk van Annenski. Vladislav Chodasevitsj (1886-1939) en Boris Pasternak (1890-1960) beschouwden hem vanwege zijn helderheid van expressie als een belangrijk voorloper. Aandacht voor het onspectaculaire, het 'alledaagse', het beeldend detail verbindt het werk van deze dichters. Biografische schetsen en een bibliografie van vertalingen in het Nederlands van de vier dichters completeren deze uitgave. De samenstellers en vertalers van deze bundel, Marja Wiebes en Margriet Berg hebben een omvangrijk vertaaloeuvre opgebouwd dat vele poëzie- en prozavertalingen uit het Russisch omvat. Op hun naam staat onder meer de bij Plantage verschenen Bloemlezing van de Russische poëzie.